Tijdens het Dutch Open werd de passie van honderden mensen elk jaar weer duidelijk. Natuurlijk wilden ze op de foto met Raymond van Barneveld, probeerden ze een praatje te maken met Co Stompé en keken ze op tegen Martin Adams. Maar de handtekeningenkaart was pas écht compleet als Taylor er ook zijn krabbel op had gezet. Zelf genoot hij zichtbaar van zijn sterrenstatus. In Schotland was er immers niemand die het in zijn hoofd haalde hem om een handtekening te vragen. Alleen zijn notaris, zijn werkgever en zijn boekhouder hadden af en toe behoefte aan een krabbeltje van de dartsspeler.
Misschien is zijn populariteit wel ontstaan uit een soort van medelijden. Taylor was tijdens The Embassy namelijk bijna elk jaar niet meer dan kanonnenvoer. In zeven van zijn eerste acht deelnames aan dat officieuze WK sneuvelde hij in de eerste ronde. In 2002 en 2003 begon het plots wél te lopen voor The Bear. Hij bereikte in Frimley Green tot twee keer toe de laatste acht. Maar in de kwartfinale moest hij buigen voor Tony David uit Australië en een jaar later zijn landgenoot Gary Anderson. Taylor slaagde er in zich ook voor editie 2004 van The Embassy – dat jaar omgedoopt tot The Lakeside – te kwalificeren. De Schot viel door de mand en verloor van Paul Hogan. Nooit meer zou hij terugkeren op het podium van The Lakeside Country Club.
Het palmares van Taylor, die inmiddels in het Zweedse dorp Loddekopinge woont met zijn vrouw Carina Ekberg, verraadt verder weinig dartshoogtepunten. Opvallend is wel dat de Schot in Scandinavië goed presteerde. In 1993 won hij Open Noorwegen en acht jaar later schreef hij Open Finland op zijn naam. Darts spelen doet Taylor tegenwoordig nauwelijks nog. Hij is gelukkig in de Zweedse anonimiteit. Want dat uitdelen van handtekeningen, ach, dat gaat ook vervelen op een gegeven moment.
Foto: Rensky.nl






